‘Volgende keer bij een zeefspeciaalzaak’

Het is donderdag, twintig voor één. Ik ben kortademig op weg naar mijn job. Opnieuw moet er worden gelopen in de stationshal.

Vandaag ben ik een drietal jaar tewerkgesteld als begeleidster in een mobiel crisisteam. Dit houdt in: een psychiatrisch ziekenhuis hebben als werkgever, gesubsidieerd worden door de overheid, tegelijk bewegen onder de vleugels van een overkoepelende instantie en – niet te vergeten – , samenwerken met teamleden van een viertal verschillende werkgevers. Bij dit laatste begon en eindigde dan ook mijn probleem. Drie jaar geleden stap ik als net-afgestudeerd stukje vlees binnen in het MCT. Grote ogen vol ambitie, zoals mijn baas het beschreef ‘een dartelend keun’. Ik wrong me tussen ervaren krachten, de bedreiging voorbij, idealistisch want ik wilde iets betekenen. Crisiswerk, yes! Echt iets voor mij.

Ik neem plaats in de trein. Mijn maag voelt gespannen, anders dan voorheen. Ditmaal uit een niet weg te duwen opgetogen gevoel. De meeste dagen van afgelopen jaar ervoer ik diezelfde lichamelijke sensatie, maar dan gecreëerd door een niet te weerhouden gedachtevloed op een bedje van angst. Vandaag niet. Ik maakte een andere keuze. De vrouw voor me heeft er geen idee van. Ze ziet er nogal versuft uit, ze zakt weg tegen het koude randje raam. Mijn verhoogde hartslag heeft geen enkele invloed op de ademende wagoninhoud. Ik merk op dat de versmelting tussen mens en telefoon elke dag groter wordt. Hoewel dat niet vreemd meer mag zijn, is het dat wel.

Het staat vast. De brief is af! D-Day. Dit is de eerste dag waarop de balans officieel verstoord is. De contra’s winnen van de pro’s in mijn eeuwigdurende kosten-baten analyse. Irreversibel. Het is vreemd om het gevoel van vastberadenheid terug te herkennen. Anyway, enough is enough. Ik zeg op. Ik tik af. Ik geef door, en laat vooral zijn. Ja, ik neem ontslag. Niet heroïsch of zelfs gedenkwaardig, maar wel fier. Mijn absolute trots stijgt enkel bij het bedenken dat ik mezelf niet ga verloochenen, maar mijn hart is week en boos. Ik laat een schat van rijkdom achter, waar ik menslievendheid in kwijt kan. Pijnlijk, want naast mijn trots moet ik toegeven: het is van ‘niet meer kunnen’, eerder dan ‘niet meer willen’.

Ik heb een groot besef van de zinvolheid in mijn job. Gratis hulpverlening aan huis. Je stapt moedig de leefwereld binnen van ‘the rich’ en ‘the poor’, en doet je best dit je respectparameter niet te laten beïnvloeden. Je schept banden, geeft hoop, lijmt mensen, zoekt eenheid en ook pleisters. Je geeft liefde, je krijgt liefde. Je relativeert het leven. Iedereen is ziek, niemand is ziek. Het systeem is ziek, en is de enige die het ontkent. Frustraties worden gebouwd en door een zeefje gefilterd. Bij het zeven kan je de fijne meel gebruiken. De grote brokken zorgen voor problemen in het deeg van je kersttaart. Maar na een tweetal jaar had ik door dat mijn zeefje niet kwalitatief was. Dit zal wel het eerste negatieve effect zijn aan de gewoonte om de dingen tweedehands te kopen. Ik ontdekte het opschrift ‘IKEA’ op het handvat, en niet één of ander prestigieus merk van een zeefspeciaalzaak. Iedereen weet dat je ze daar beter koopt. In januari merkte ik voor het eerst dat enkele mazen verschoven waren. En hoe verder, hoe meer scheurde het rasternet langzaam open. Ik at geen taart met kerst.

Ik moet leren de dingen nieuw te kopen.

Advertisements

Applaus-irritatie

Iiro Rantala, tot voor gisteren nog onbekend in mijn oren, vandaag zeer geapprecieerd bewaard in mijn brein. Een Finse pianist die het publiek van KC De Werf gisteren traag maar zeker bezoedelde met ietwat positievere gevoelens dan zij tevoren waarschijnlijk ervoeren.

Ik doe af en toe wat vrijwilligerswerk in De Werf in Brugge omdat ik ervan overtuigd ben dat dit me uiteindelijk meer zal bijbrengen dan dat ik die tijd dan weer zou steken in mijn beroep. Een overtuiging, om een klein cultureel project te blijven steunen ondanks de doelstellingen van de actuele regering. Ik hoef geen geld of zelfs veel appreciatie, dat ik gewoon af en toe mag komen is al best fijn. Tussen mijn barshift door kan ik dan genieten van iets die me meestal op zijn eigen manier een beetje durft omver blazen. Deze keer was het dus ‘Iiro’, een humoristische doch compleet muzikaal-ondergedompelde man die ons liet mee vloeien in zijn muziek. De eigengemaakte composities bezaten een aangename melodie en een om-van-te-proeven harmonie met als gevolg dat de dagelijkse routine even aan de kant kon geschoven worden. Van klassieke klanken tot lichte jazz met af en toe een wat poppy sound. Dat! is de essentie, dacht ik (voelde ik meer), met een pintje in de hand. Daarnaast is het in KC De Werf ook zelden zo dat er zowel op de belichting als de klankkwaliteit iets aan te merken valt, wat in combinatie van de te smaken muziek resulteert in een uitermate verblijdend schouwspel waar enkel maar te genieten valt. Maar toen kwam het!

Bij het eind van optreden, net voor het bisnummer wordt de artiest (in de meeste gevallen) bedankt door een stevig net-iets-langer-durend geapplaudisseer door het publiek. Dit patroon wordt eerder gesterkt door de norm dan door de échte wil van het publiek, hoewel hierover eigenlijk nooit gepraat wordt. Wat een ‘meeklappend-deel’ van het publiek dan eigenlijk écht wil is hoogstwaarschijnlijk een frisse pint of een dringende blaaslediging, want een vervulde behoefte aan het sociale luik of beschouwen van de zelfontplooiing aan de andere kant van de tribune maakt dan plaats voor de basisbehoeften (gniffel). Maar op zich is het best oké dat het gebeurt, en doen we eigenlijk niemand kwaad hiermee, toch? Of juist wel?!

Het krachtige geklap start vanuit het publiek, de artiest buigt en er valt toch enige beroerdheid te merken in zijn emotie voor hij het podium verlaat. En dan weet ik wat me potentieel te wachten staat. Het geklap houdt aan, de artiest blijft even weg, af en toe hoor je licht gejuich en dan (binnen de minuut!) baant het aritmisch geklap zich een weg naar een vaste cadans. Telkens gebeurt het opnieuw. Wat is het dat mensen zoeken in die eenzijdigheid van een applaus, dat trouwens perfect plaats maakt voor een verfijnd stukje marsmuziek. Beangstigend vind ik het soms. Ik merk dat ik het altijd probeer te doorbreken door wanhopig door het ritme te applaudisseren, maar ik sta alleen aan de andere kant van het begrip en ik vind hier geen oplossing. In de beste gevallen volgt een snelle fade-out als de artiest opkomt, of komt het aritmische opnieuw tot stand (terug rust in het lichaam), maar soms houdt men het (te) lang aan, en dan wil ik enkel wegkruipen onder mijn stoel. Raar hé?

Hart & Kruger

ImpalasIn stilte grazen ze, de impala’s. We stoppen de auto, we kijken, ruiken en denken vooral niet. We zien gewoon. De diertjes, grazend in stilte. Het onschuldig afknabbelend geluid van hun onbedreigde droge gras, enkel vogels horend, weg van alles. We nemen onze tijd. Zij neemt haar kodak en de mooiste ‘klik’ ooit volgt. De warmte streelt onze huid en de nieuwsgierigheid naar meer groeit. Genoodzaakte wilde-beesten-angst verdwijnt ongepermitteerd.. We bewonderen en genieten. Volmaakt is haar koddige haarknotje..

Dumbphone staat tot smartphone als 1 tot π (3.14159265359)

Overal. – Dat is vooral mijn onmacht. Ik verkeer in een gevoel van absolute onmacht. Nooit tevoren vond ik mezelf zo conservatief, traag in begrip en uitermate ver verwijderd van mijn (gedachte) adaptief vermogen. Ik voel zelfs een beetje verdriet en -als ik het verleng- een stukje zelfmedelijden dat ik probeer weg te drukken, want daar is pas écht niets positief aan.

Opgevoerde self-pressure – Het is er altijd geweest, mijn kritische blik ten opzichte van die kleine mobiele machinetjes waarmee je zo gemakkelijk je kompanen (en de rest van de wereld) mee kan bereiken. Tien jaar geleden leefde ik in de overtuiging dat het gezaag van mijn pa over zijn opeisende houding omtrent zijn vrijheid en het feit dat hij voor niemand of niets altijd bereikbaar moet zijn-, nonsens was. Maar goed, dat was nog de tijd waarop er geen Wifi of een andere vorm van zwevend of hangend Internet bestond. Zal ik hem dan uiteindelijk toch moeten gelijk geven?

Fashion-nerd – Ik ben altijd net iets achter geweest als het gaat over trends. Zowat op elk vlak van mijn leven miste ik de boot of stapte ik er bewust niet op. Maar goed, ik heb niets tegen trends, integendeel zelfs. Maar deze is anders. Bij de meeste trends rol er ik vroeg of laat wel eens onbewust of bewust in, en voeg ik me bij de overgeschoten rest van de -alreeds schuivende-naar-een-volgende-fase- massa. Zoals bijvoorbeeld iets als skinny jeans. Op een dag (al lang na de hipheidsfase) lukte het een oversympathieke verkoopster om met haar woorden mijn beentjes in dit slurpende kledingstuk te wrikken. Ik pas het, ik kijk, koop en bij de fietsrit richting huis werkt het adaptief proces vlot. Et voila, op dit eigenste moment draag ik een skinny jeans. All fine by me.. Maar hoe implementeer ik deze vlotte gedachteverandering als het gaat over die smartphones? Niet, ontdek ik keer op keer. Verdomme, ik doe écht mijn best, haal het onderste uit de kast, maar toch… Het wordt niet beter voor mij, en ik heb het gevoel, ook niet voor de ander (als je het bekijkt vanuit mijn gesubjectiveerde doch objectieve hoek). De mentale ruimte waar ik eerder over sprak, is nu praktisch helemaal weg en tegelijkertijd nog nooit zo intens aanwezig geweest. In ongeveer twee jaar tijd is het gebeurd. We staren nu officieel collectief naar het bakske waarin ons leven zich bevindt. Op mijn werk, tijdens de busrit, naast me in de auto, in mijn bed, op een optreden, in de cinema, tijdens een toneelvoorstelling, op straat, op de fiets, thuis maar nog meer op reis, in de badkamer, op bezoek bij vrienden, en we kunnen doorgaan. Een niet te ontkennen feit is dat ikzelf er helaas niet meer kan aan ontsnappen. We zijn op het punt gekomen dat het ook voor mij geen keuze meer is om er al-dan-niet mee te moeten omgaan of niet. Neen, dit is (een ontoombare) evolutie, en mij is geleerd dat je tegen een krachtige evolutie weinig kan doen, en dat voel ik ook.

Dumbphone versus smartphone – Maar goed, ik moet het eerlijk zeggen, hoe langer ik het ‘dumbphoneverhaal’ volhoud en stug het ‘smartphoneverhaal’ ontwijk, hoe meer ik me toch lichtjes voel afscheuren van bepaalde verbintenissen. Ik voel het zo aan, punt. Er is nog weinig ruimte om sociale regels te bespreken, want het is daar, aanvaard en -meer dan- aangenomen door de maatschappij. Het écht contact sluimert weg, begevend in de schemerzone van het leven verliezen we het hier en nu, en degene die naast je zit, of die vriendin waarmee je afgesproken hebt, of de kennis die zegt dat hij zich de laatste tijd eigenlijk helemaal niet zo goed voelt verliezen we evenzeer. Pijnlijk maar zeker neemt men daarnaast ook hun tijd af, en soms zelfs mijn tijd. Maar ook dit is maar perceptie, niet? Niet slecht bedoeld en hopelijk niet arrogant-overkomend of met de vinger wijzend, maar gewoon machteloos toekijkend stijgt de confrontatie tussen mijn waarden en normen en de realiteit. Ik zoek een weg, en niet die van frustratie, maar ik bots dagelijks op extremen. Ofwel koop ik mezelf er één en ga ik mee in de zombi-modus ofwel koop ik er geen en blijft mijn bodemloze irritatie hangen. Principe vs. frustratietolerantie. En oké, ik wil gerust toegeven dat dit enkel mijn probleem is en waar ik mee moet leren omgaan. En goed, ik zal het dan ook (moeten) doen. Maar ik vraag me soms af.. Hebben jullie al eens aan het volgende gedacht? 😉 (Klik op onderstaande afbeelding)Smartphonecartoontje

Maslov & welzijn

Volcán Barú National Park

Twijfelend, of toch niet? – En dan geraak ik weer verwikkeld in een productieve discussie met Dr. T. Wat als we al onze cliënten in crisistoestand nu eens op reis zouden sturen, zwermt door mijn (misschien ietwat naïeve) gedachtenstroom. Naar Afrika of zo? Terug naar de basis, het primitieve? Ze weerlegt het in enkele seconden.. Maar toch, mijn ideaalbeeld blijft plakken.

Ruimte – We komen vaak aan huis bij welvarende mensen. Gegund. Een mooi, groot afgebakend huis verwelkomt je in zijn heerlijk warme sfeerloosheid. De mens alhier heeft naast alles nog zoveel meer, in handen, maar komt moeilijk tot de werkelijke essentie, dat is te merken aan onze aanmeldingscijfers. Wat is het dat men (on-)gelukkig maakt? Hier in de landen der individualisering worden alle behoeften (te) snel bevredigd. Onze vaardigheden worden nog moeilijk opgebouwd door te veel, mentale ruimte wordt gecreëerd door te snel, fysieke ruimte neemt af door te veel en te snel, maar vaardigheden zijn noodzakelijk want wat zonder? Het niet -mocht het nodig zijn- kunnen terugvallen op jezelf en je mogelijkheden? Het afhankelijker worden waarbij je vasthoudt aan een uitgeschreven levenspatroon, de massastroom volgend? Geen paniek, ook wij kunnen ons zelf ontplooien… Zelfontplooiing kunnen we zelfs tot het ultieme beleven. Verliefdheid, één worden met de ander, chemie en een kind voegt dr. T. eraan toe. We zijn het beiden akkoord. Maar wat dan daarna denk ik dan?

De molen draait – De laatste tijd hoorde ik vele omstaanders en vrienden zeggen dat hun gedachten nooit stoppen. Te veel denken is vermoeiend én de bron voor het ontstaan van denkfouten. Ik geloof hen, het is logica. We gaan te snel, hebben te veel en willen meer. Het jammere hieraan is dat er aan ons verlangen nooit een ‘eindmeet’ is. Je kunt niet gelukkig én doelloos zijn op hetzelfde moment, of kunnen we het gewoon niet? Je geraakt verwikkeld in een eindeloze spiraalvormige situatie als je niet stilstaat of terug kan denken. En dan, als je stilstaat, moet je nog eens sterk genoeg zijn om anders door te gaan. Het is niet eenvoudig, hier.

Rust. – Hoe creëren we rust? Rust in het leven, rust in het hoofd. Hoe creëren we mentaal plaatsje om bewust gelukkig te (leren) zijn… Ik ontdekte het laatst voor mezelf. Rust en met-gevolg-enkele-weken bewust geluk ervoer ik op het hoogste punt van Panama ‘De Barù-vulkaan’ een dikke maand terug. De fysieke inspanning werd zo intens dat er geen ruimte meer kon zijn in mijn hoofd. En dan ervoer ik opeens de echte vrijheid, die zelfs enkele weken bleef plakken. Ik vond mijn sleutel. Inès, drijf jezelf naar de fysieke grens, probeer jezelf in een situatie te begeven dat elke handeling bewust moet gebeuren. Het is te vergelijken (of het is.) mindfulness. Automatisering en patroonopbouw is gevaarlijk voor mij, dat weet ik nu wel. Met dank, lieve actuele redder Hot Yoga, en ook dank daarnaast mijn razende leven ernaast.

Geloof & abstraheren

Anti gay bill- kwestie – Nu, dezer dagen met de ‘anti gay bill-kwestie’ in Oeganda wordt het mij opnieuw duidelijk. Zo nu en dan overvalt het me, frustreert het me mateloos en verdwijnt het lichtjes tot het me weer belaagt. Ik heb een niet goed te praten kwaadheid ten aanzien van praktiserende gelovigen. Niet elke gelovige natuurlijk, dat zou ronduit ongegrond en bijna racistisch overkomen. Neen, ik heb ook gelovige vrienden en kennissen en zoals het een goed-geprobeerde socialistische denker betaamt probeer ik elk individu te accepteren welke waarden en normen dan ook hij meedraagt. Ik leerde steeds om te ‘geloven’ in het goede stuk dat elk mens bezit. Dat is er dan ook altijd, onvoorwaardelijk en ongeacht welke achtergrond, kleur of overtuiging een mens bezit.

Gelaatsherkennende knikker – Af en toe lukt het me om in een gesprek waar racistische of discriminerende uitspraken voorkomen niet in weerstand te gaan. Vuur bestrijd je niet met vuur. Als er een groot verschil in normen en waarden op te merken valt, zoek ik naar een band, een verbintenis bij mijn gesprekspartner. Ik investeer, en wacht op het moment waarop hij een niet-te-ontkennen-sympathie voelt en dan kunnen we beginnen bij het begin.
Ik zat bijvoorbeeld een tijdje geleden in een bar naast een islamitische kerel die een andere kerel kent die mijn zus kent. Ik kan hem beschrijven als een grote donkere Albanees met kort, plat, zwart haar met een zeldzame neus. Ik ken hem niet maar herken wel zijn gelaat en herinner me snel dat hij altijd een knikje geeft als hij me passeert langs straat. Ik hou wel van gelaatsherkenners die knikjes geven, dus voor ik het nog maar goed besef start mijn sociale mond een gesprek. Hij praat brokkelig Nederlands maar krijgt op een zachte toon telkens wel gezegd wat hij wilt zeggen. Bij toeval komen we na een tijdje aan het onderwerp ‘homoseksualiteit’. “Was gij nen omo, ik steek u zo dood ier naast me”. Best dat ik dan geen mannelijke homo ben bedacht ik me snel en dacht dan ook even aan de aantrekkelijke benen van Joke Devynck. Goed, back to the point. Al even snel bedacht ik me ook dat dit een cultuurgebonden uiting is waarbij ingebakken normen en waarden een (te) grote rol spelen. Voor mij redenen genoeg dus om op dat moment niet in discussie te treden. Ik praat wel met hem, vraag hem waarom hij dat zegt, laat hem goede argumenten aanbrengen of probeer hem te doen wankelen in gedachten, maar aanvaard hem ook. Ik geef hem een kans om zich te verantwoorden. Iedereen verdient die kans. Het gesprek wordt even later afgerond, hij moet gaan. We knikken.

I want to come closer – Ik heb er nog vaak aan teruggedacht met een tevreden gevoel over mijn ‘i-want-to-come-closer-methode’. Discriminatie komt uit angst en angst komt uit het niet kennen dus als men kent, zal men wel aanvaarden toch? Tenminste dat is mijn ideaal. Ik ben verdraagzaam. Oververdraagzaam. Men noemt het soms te verdraagzaam eigenlijk, maar toch ik geef het niet op, nooit. Ik heb wel één probleem in mijn testfase van het goed-denken. Er is een kwaadheid aanwezig, een ergernis. Een latente frustratie die af en toe eens naar de voorgrond treedt. Het objectiveren van het geloof, het juist-foutspel tussen de verschillende overtuigde volkeren en het waarheid-leugen denken stoort me. Alle symboliek die men ooit zou moeten meegekregen hebben lijkt me soms ver te zoeken. Men neemt het praktiseren te letterlijk vermoed ik of begrijp ik het niet goed? Het wordt in mijn hoofd bijna een feitelijk geloof. Mijn God is niet jouw God, en God is niet Allah en al zeker niet Boeddha of Ganesha. Goed, je suis d’accord, atheïst zijnde. Maar gaat het in wezen niet om de steun die men krijgt, de verbintenis tussen het individu en de Hogere Macht’, het collectieve aspect van gemeenschappelijk geloven of juist hetvrij-denken? Oorlogen ontstaan uit een grote verscheidenheid aan ideeën en overtuigingen. Waarom probeert men ‘hun’ gelovige overtuigingen niet even wat meer te abstraheren. Gewoon wat vervagen van de opgedane kennis en symboliek met als doel een verbondenheid te creëeren in de vele gelijkenissen die er schuilen en mooie kenmerken die er zijn. Het herkennen van zaken, groeien uit de bediscussieerde verschillen en uiteindelijk de verscheidenheid omarmen? Is. dat. nu. werkelijk. zo. moeilijk? Ik kan dat niet verstaan.

Gerechtigheid? – Ik zal eerlijk zijn. Ik vind dat het mijn recht is -zo verdraagzaam als ik ben- om ook aanvaard te worden ongeacht waar ik ben en welke overtuiging ik draag. Over de wereld heen, waar ik ook kom met goede intenties. Ik verban geen mensen uit mijn leven die een niet-beredeneerde-maar-gewoon-aangenomen-haat koesteren ten opzichte van wie ik ben, maar daarnaast merk ik op, dat ik als individu op mijn beurt eigenlijk geen kans krijg om mij mentaal vrij te voelen in het leven, ondanks mijn open houding voor zij (elk wezen) die anders zijn. Eerlijk? Beetje pijnlijk.

Adhd?

ImageDe terugkeer – En dan kom je terug uit Oeganda. Hernieuwd en opgeleefd. Je doet je best om bij thuiskomst na een (gemiddeld-) lange trip niet te veel de ‘negatieverd-met-wat-aanpassingsmoeite’ uit te hangen, want na een tweetal weken binnen het adapteerproces word je geacht terug ‘back on track’ te zijn. En ja, zo gaat het. Je lacht weer hartelijk, koopt zonder rood op je kaken terug merkkledij, denkt niet meer na over de hoeveelheid water die door je toilet vloeit of printpapier je door de printer laat razen en de actuele revolutionaire kwesties kunnen je ook gestolen worden als jouw eigen heerlijk warm bad op je wacht.

Ziek vs gezond – Zo is het. Je doet het omdat je meedraait met de context waarin je je bevindt, en daar is niets verkeerd mee. Integendeel zelfs, het zegt volgens de DSM-IV zelfs deels dat je gezond bent. Je functioneert binnen de context. Laat je het gedragsmatig afweten contextueel gezien, dan krijg je snel een label toegeschreven of zegt dit rechtstreeks iets over je mentale processen of cognitieve toestand. Zo ben je in Afrika ‘actief en inventief’ versus België waar het zakelijk beschreven staat als ‘beweeglijk en verward/chaotisch’.En dan blijven je gedachten ‘schipperen’ tussen A & B. Bij de (A) heenreis naar het Zuiden worden al je zwakten krachten en bij (B) terugkomst ondergaan we het omgekeerde proces. Mijn warhoofd wordt enkel groter. Want niemand heeft hét antwoord in handen, ‘alles is toch perceptie’ is het niet?

En toen dacht ik maar, laten we beginnen bloggen met een gezonde melancholische ondertoon gesteund door ‘Rounds’ van Lamb of ‘Foot In The Door’ van Fink..